Penvissen op karper

Uit Hengelsport Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Penvissen gebeurt met een pen. Pen is een andere benaming voor een dobber. Voor het penvissen op karper zijn andere materialen vereist dan bij het karpervissen met vast lood. Op deze pagina staat de basis van het materiaal en kennis dat men nodigt heeft om te penvissen op karper.

De hengel

Hengels die gebruikt worden voor het penvissen worden gekenmerkt door een progressieve actie. Een progressieve actie wil zeggen dat de hengel over zijn hele lengte gelijkmatig doorbuigt. Hengels kunnen van verschillende materialen gemaakt worden. Carbon is een veelgebruikt materiaal, maar ook van glasvezel en splitcane (een sterk soort bamboe) worden karperhengels gebouwd. Als een hengel van carbon of glasvezel wordt gebouwd dan gebeurd dit door laagjes van dit materiaal over elkaar aan te brengen. Als een hengel van onder naar boven (handvat naar topoog) gelijkmatig van dik naar dun verloopt dan zal de actie van deze hengel over het algemeen progressief zijn. Afhankelijk van de hoeveelheid materiaal, en de soort van het materiaal zal de hengel sneller of langzamer zijn, deze snelheid van de hengel wordt vaak aangeduid met tapering. Tapering is dus de snelheid van de hengel, maar wat houdt die snelheid nu precies in? De snelheid van de hengel heeft te maken de tijd die de hengel nodig heeft om vanuit een kromme positie weer terug te veren naar een rechte positie, of andersom, hoe snel kan je contact met de vis maken nadat je aanslaat op een aanbeet. Bij een langzame hengel (slow taper) zal dit een fractie langer duren als bij een snellere (medium taper) hengel. Naast slow en medium tapers zijn er ook nog hengels die als fast tapers worden aangeduid. Deze hengels buigen vaak alleen in de top, er is na een aanslag dus zeer snel contact met de vis. Voor het penvissen zijn deze hengels minder geschikt. Doordat er bij het penvissen vaak maar weinig lijn uitstaat als er wordt aangeslagen op de karper heeft de hengel als belangrijkste functie dempend te werken. Een fast taper kan door de actie die hij heeft niet dempend werken. Gevolgen hiervan zijn dat je of de slip lichter af moet stellen dan noodzakelijk, of regelmatig met brekend draad wordt geconfronteerd.

Medium en slowtapers hebben de eigenschap een goede dempende werking te hebben. Penvissen gebeurt vaak vanaf dicht van de kant, want een van de charmes is van deze manier van vissen. Men kan niet goed verder weg penvissen op karper omdat hoe meer draad men uit heeft staan, hoe minder direct het contact wordt tijdens de aanslag op een aanbeet. Stel dat men tien meter uit de kant vist. Er staat altijd wat stroming in het water en zelfs wanneer men de lijn onder water trekt zal de lijn niet als een strakke snaar van de pen naar je hengel lopen. Nee, de lijn zal altijd in een flauwe bocht vanaf de pen naar de hengel lopen. Bij een aanbeet dient men dus die "bocht" eerst in beweging brengen voordat men contact heeft met de vis. Karpers zijn achterdochtige vissen, hoe meer lijn er uit staat bij het penvissen des te sneller zal men misslaan op aanbeten.

Penvissen gebeurd daarom vaak onder de eigen kant op plekken waarvan men verwacht dat er karper langskomt of ligt. Onderbrekingen van het water (inkepingen in de oever, planten die in het water groeien, struiken die over het water hangen), kruispunten van water, duikers, bruggen en al dit soort plekken meer zijn gelieft bij karpers en dus ook bij karpervissers. Dit zijn dan ook vaak uitgelezen plekken om te penvissen.

Terug naar de hengel, we weten nu dat slow en medium tapers goed te gebruiken zijn voor het penvissen, de keuze tussen deze twee verschillende hengels is een persoonlijke. De ene persoon houdt van hengels die lekker snel en vinnig van actie zijn (medium taper), anderen zijn weer enorm enthousiast over hengels die langzaam en diep doorbuigend zijn (slow taper).

Omdat we vaak dicht onder de kant vissen is het noodzakelijk zelf zo ver als mogelijk uit de kant te blijven; karper is een schuwe vis die zich gemakkelijk laat verjagen door geluiden, trillingen of schaduwen. Penhengels hebben vaak een lengte tussen de 11ft (3.30m) en de 14ft (4.20m). Een keuze maken voor de lengte van de hengel heeft te maken met persoonlijke voorkeur en praktisch gebruik. Onder een rij overhangende bomen is een lange hengel onhandig, in een weiland is een korte hengel juist weer onhandig omdat je dichterbij het water zit dan nodig is.

Terug naar de laagjes materiaal waaruit een hengel is opgebouwd. De manier waarop deze laagjes zich ontwikkelen vanaf het handvat naar de top hebben invloed op de tapering van de hengel. De hoeveelheid laagjes die over elkaar wordt aangebracht hebben invloed op de trekkracht (buiging of testcurve) van de hengel. De buiging van een hengel is het vermogen dat nodig is om de hengel in zijn optimale vechtstand te trekken (90 graden). Als er weinig laagjes over elkaar worden gebruikt zal de hengel bij een mindere belasting deze buiging al bereiken. Hele lichte penhengels hebben een buiging van 0,5lb. Deze hengels worden bijna alleen door specialisten of door zeeltvissers gebruikt. Ook hengels van 0,75, 1 en 1,25lb worden steeds minder gebruikt door penvissers. De buiging van een hengel is uiteindelijk doorslaggevend tijdens de dril van de vis. Hoe hoger de buiging des te zwaarder is de lijn die je op de hengel kunt gebruiken. Het kiezen van een buiging van een hengel hangt daarom sterk samen met de omstandigheden op het water waar men gaat vissen. Is het water mooi schoon dan heeft men voldoende ruimte om een vis te drillen en kan men een lichte hengel gebruiken. Ligt het water vol met planten of zijn er andere obstakels waar men in de buurt vist dan heeft men meer kracht nodig om te zorgen dat de vis de planten of obstakels niet bereikt. Een hengel van 1.5lb is een redelijk algemeen te gebruiken penhengel. Vraagt de situatie naar ander materiaal dan kan er gekozen worden voor een hengel van 2 of zelfs 2.5lb.

het draad loopt vanaf de molen door de ogen die op de hengel zitten, als er aan het draad getrokken wordt gaat het strakker door de ogen lopen en hierdoor trekt de hengel krom. Om de buiging van de hengel goed te benutten en om de hoek die de lijn maakt van oog tot oog niet te groot te laten worden (hierdoor neemt de weerstand en daarmee de kans op lijnbreuk toe) moeten er voldoende ogen op een hengel geplaatst zijn en moeten deze ogen op de juiste afstand van elkaar geplaatst zijn. Een vuistregel is dat op een hengel van 11ft 11 ogen moeten zitten en op een hengel van 12ft 12. Meer kan natuurlijk, hoewel er een bovengrens is. Dit omdat ieder oog voor extra weerstand zorgt.

De lijn

Terug naar de waterkant, je hebt een penhengel aangeschaft en een mooie stek gevonden. Na een half uurtje vissen krijg je een aanbeet en sla je vast op een karper. Het eerste dat gebeurt nadat de haak zich in de bek heeft vastgezet is dat je de hengel kromtrekt op de vis. Afhankelijk van het gewicht van de vis en de buiging van de hengel zal de vis hierdoor wel of niet uit balans raken. Het vastslaan op grotere karpers kort onder de kant lijkt op het vastslaan op een zak zand. De hengel wordt steeds krommer getrokken op een gewicht onder water wat nog niet reageert. Uiteindelijk zal de vis zich gaan verzetten, meestal doet een karper dit door zo snel als mogelijk van de plek waarop hij is aangeslagen weg te zwemmen. Veel vissers menen dat dit het moment is dat de slip van de molen moet gaan werken. Wie echter de hengel als een drie- eenheid van hengel, draad en molen ziet zet hier nog één stap tussen; de rekbaarheid van de lijn. Visdraad, oftewel nylon, is niet alleen in verschillende diameters te krijgen maar ook met verschillende eigenschappen. Voor het penvissen zijn vier eigenschappen van het draad van belang: de rek, het geheugen, de soepelheid en de knoopbaarheid.

Een lijn voor het penvissen moet een goede rek hebben, de rek van het draad is een buffer die in werking treed tussen het moment door dat de hengel in zijn buiging is getrokken en de slip van de molen begint te werken. Het geheugen van het draad betekend of het draad nadat het uitgerekt is weer terugveert in de oude stand. Bij lijnen waarbij dit niet gebeurd heb je tijdens de dril van karper A netjes rek in je lijn. Als je daarna karper B vangt is deze rek eruit en is de kans op draadbreuk groot. De soepelheid van het draad is belangrijk voor de aaspresentatie, als het draad soepel is gedraagt het aas zich natuurlijker onder water als de karper er tegenaan blaast, of het opzuigt en weer uitspuugt. Omdat er tijdens de dril veel krachten vrij komen moet een lijn voor het penvissen ook goed knoopbaar zijn, de knoop waarmee de haak aan het draad bevestigd is is vaak de zwakste plek van het vistuig.

Zoals al eerder gezegd bepaalt de buiging van de hengel de diameter van de lijn die je kunt gebruiken:

  • 1lb 22/100
  • 1.5lb 26/100
  • 2lb 30/100

Ook wordt de volgende som vaak gebruikt om het juiste draad bij de juiste hengel te kiezen: de buiging vermenigvuldigen met vijf. De som van deze formule is de trekkracht die het draad moet hebben om in balans te zijn met de hengel. Door allerlei ontwikkelingen is het tegenwoordig mogelijk om bij een zeer geringe diameter een hoge trekkracht te bereiken. Hierdoor zou men bij bepaalde lijnen op andere diktes uitkomen dan hierboven staan aangegeven, maar dit is dus echt van de lijn zelf afhankelijk. Met de gegeven lijnen bij de verschillende buigingen zal men meestal goed zitten.

Okee, je hebt dus vastgeslagen op een karper, de hengel is krom gaan staan en de lijn is uitgerekt. Als de vis nu weg zou zwemmen zou het draad breken. Daarom bezit iedere molen een slip. Deze slip geeft lijn af als er krachtig aan het draad wordt getrokken. Omdat er verschillende soorten draad zijn die eerder of later breken kan een slip ingesteld worden. De slip is voor molens die je gebruikt voor het penvissen het belangrijkste onderdeel van de molen. De stelsystemen voor een slip kunnen voorop of achterop een molen geplaatst worden. Mijn voorkeur gaat uit naar molens waarbij deze stelknop voorop de molen zit, deze manier heeft een directer effect als de slipafstelling die achterop de molen is geplaatst. De slip moet nauwkeurig in te stellen zijn. De knop moet vele keren hebben rondgedraaid voordat de slip van helemaal los naar totaal dicht is gedraaid. Als de slip lijn af geeft moet je een tikkend geluid horen, hierdoor weet je dat de slip draad afgeeft. Als dit het geval is kun je niet aan de slinger van de molen draaien, als je dit wel doet gaat de lijn kinken en schieten er uiteindelijk knopen in het draad.

Wat ook belangrijk is bij molens voor het penvissen is dat ze stevig moeten zijn. Er mogen geen plastic tandwielen in het molenhuis gebruikt worden, ook dient de volledige molen van metaal zijn en niet van plastic. Nu heb je een hengel die in balans is, de hengel, het draad en de molen zijn op elkaar afgestemd. Dit echter brengt nog niet direct karper in je net. Uiteindelijk is het het aas dat de karper moet verleiden. Voor het penvissen kun je bijna alle aassoorten gebruiken: maïs, tijgernoten, bonen, boilies, wormen, aardappel, pellets. Alles waar men mee kan voeren kan je als aas gebruiken. Als je gaat penvissen werkt het vaak goed om op een aantal verschillende plekken wat voer te strooien en deze één voor één af te vissen. Op deze manier vist men mobiel en is de kans op een aanbeet groter dan wanneer men op één plek blijft wachten.

Overig materiaal

Nu hebben we het gehad over de hengel, de lijn en de molen. Voor penvissen is echter nog meer materiaal nodig; pennen, lood en haken. Zorg ervoor dat je altijd met een zo klein mogelijk pennetje vist. Hoe minder lood een pennetje draagt hoe minder kans dat de argwanende karper iets merkt tijdens de aanbeet. Ook haken kan men best klein kiezen. Ronde haken met een ruime haakbocht (de afstand tussen de haaksteel en de punt van de haak) hebben vaak de voorkeur. Let er bij haken op dat als het haken met een oogje zijn het oogje helemaal gesloten is.

De uitrusting is nu in orde, je hebt een paar voerplekken gemaakt met een mix van wat bonen en bent die één voor één aan het afvissen. Op de tweede plek lijkt er een kolk te liggen, het pennetje beweegt ook tergend langzaam wat heen en weer, dan plots wordt hij weggetrokken. Tijd om aan te slaan. Onder water komt de karper op gang, de hengel trekt krom, het draad rekt en dan begint de slip te lopen; de dril is begonnen.

Het drillen

Zorg er tijdens de dril van een karper voor dat je de hengel altijd tegendraads kromtrekt ten opzichte van de zwemrichting van de vis. Op deze manier kan men de meeste tegendruk geven. Draai nooit aan de slinger als de slip loopt en zorg ervoor dat de spanning niet van de lijn wegvalt. Tegen het einde van de dril is het verstandig het schepnet al in het water te steken. Steek het net diep in het water en trek de uitgedrilde karper boven het net, til dan het net omhoog. Op deze manier zal de karper niet vroegtijdig schrikken van het contact dat hij maakt met het net. Een karper kan op zijn kant liggen en uitgeteld lijken maar een plotselinge, vroegtijdige aanraking met het net kan tot een laatste krachtexplosie leiden waarbij de vis alsnog ontkomt. Hiervoor is het ook verstandig een groot net te hebben. Een karpernet is niet snel groot genoeg. De armen moeten minsten 80 centimeter uit elkaar staan maar meer (tot 1.10 meter) is beter.

Eenmaal geland

Als je de vis op de kant haalt behandel hem dan met respect. Probeer de karper netjes te onthaken en zorg er voor dat de karper geen verwondingen oploopt door takken, stronkjes of zelfs stenen. Er zijn allerlei middelen te koop die kunnen helpen om een karper weer netjes terug te zetten. Hierbij kun je denken aan een onthaakmat, een weegzak, enzovoort. Onthoud dat dit echter alleen middelen zijn, het in bezit hebben van een onthaakmat is geen garantie voor het netjes terugzetten van een vis. Probeer in te zien wanneer een karper op de kant nog flink op en neer gaat klappen (vaak zie je hiervoor even de spieren aanspannen en de vinnen strak staan). Zorg dat een vis zo kort mogelijk op de kant is.

Tijdens het op de kant hebben van de karper kun je hem meten, wegen of zelfs fotograferen. Ook hiervoor zijn weer verschillende materialen te koop. Ondersteun de vis als je hem terugzet in het water. Hou hem desnoods even vast totdat je voelt dat hij weer weg wil zwemmen.

Tot zo ver penvissen op karpers in een notendop. Onthoudt dat men de belangrijkste informatie op doet door actief aan het penvissen te zijn. Iedere visbeurt leer je bij en zul je merken dat het steeds vanzelfsprekender wordt (dit tot op bepaalde hoogte) om karpers te vangen. <ref>Andries, http://www.everyoneweb.com/penvissen/</ref>

<meta name="description" content="Penvissen op karper in een notendop. Alle benodigde basisinformatie voor het vissen op karper met een pen."></meta>

Bronnen

<references/>